De Caterpillar 352, het gele graafmonster, die moet het doen bij het Ebenaupand. Met Victor Wolterink uit Lichtenvoorde in de cabine. Zijn maat Frank Smeenk is een Winterswijker. De twee kennen elkaar al 25 jaar. ,,We hebben aan een half woord genoeg”, zegt Wolterink. Hij vergruist net een stuk steen.
Oogcontact
En daar komt Smeenk al met de waterspuit. ,,Nu moet ik bijspuiten, om het stof dat vrijkomt neer te slaan”, legt hij uit. Achter op de graafmachine staat de tekst ‘Zie jij mij, zie ik jou’. Smeenk: ,,Dat is niet voor niets. Je moet in dit vak op elkaar kunnen bouwen.” Ze reizen het hele land door voor Dusseldorp. In Hengelo sloopten ze in acht dagen de bovenbouw van het Ebenaupand. Nu volgen de kelders. Die worden volgestort met zand, om te voorkomen dat ze komen ‘opdrijven’. De linkerkelder is al gevuld, de rechterkelder volgt woensdag.
Hoezo bouwen?
Het is een bijzondere klus, vinden ze. ,,Ook door de constructie.” Het Ebenaupand zat tegen De Blauwe Engel aan. ,,We hebben een stalen stellage geplaatst, om te voorkomen dat het café wegglijdt of omvalt.” Het is de afwisseling die hun vak aantrekkelijk maakt, vertellen ze. ,,Elke klus, elk gebouw, is anders.” Over een week of drie zijn ze hier klaar. Daarna wacht een sloopklus in Deventer. Of ze niet ook eens willen bouwen? ,,Geen behoefte aan. Slopen, dat is het mooiste.”






